Landschappen Nieuwe Holl. Waterlinie en Grebbelinie

Vestinglandschappen Nieuwe Holl. Waterlinie en Grebbelinie
De historische beplanting uit: vakblad Natuur, Bos en Landschap. Commentaar op dit artikel ten aanzien van de situatie van de vesting Hellevoetsluis.
1. In dit artikel wordt gesproken over een ingenieuze beplanting in de periode 1793-1806 en 1880-1925. Deze 1e periode is niet van toepassing voor de vesting Hellevoetsluis.
Beplanting vestingwerken in het algemeen.
In 1598 werd door Daniel Speckle (handboek architectuur van vestingen) een advies gegeven om haagdoorn te planten onder aan vestingwallen en beplantingen ter maskering en verdediging aan te brengen. Deze regels golden nog tot begin van de 19e eeuw.
2. De Genie Officieren van Koning Willem I deelde in de begindagen nog steeds de mening van de Franse tijd,  betreffende de aanleg en onderhoud van beplanting en vestingwerken, dit is de periode 1815-1830.
3. Vanaf 1880 verschijnen er uitgebreide plannen tot beplanting er werden zelfs beplantingsvoorschriften uitgegeven voor, rond en in de forten. De maskeringen hadden het doel contourvervaging, barrièrevorming, hemelwaterregulering en gebruikshout.
Het voornaamste idee van deze zaken was om de forten van de Holl. Waterlinie op te doen gaan in het landschap, t.w. de Utrechtse Heuvelrug en het landschap van de Gelderse Vallei.

Het voornoemde had een geheel ander doel dan de inundatielinie van Voorne met de twee vestingen van Brielle en Hellevoetsluis, die een sleutelpositie op de beide uiteinde van deze linie innamen. De locatie zoals in eind 19e eeuw waren aangegeven verschilde veel met het Utrechts landschap.
Daarnaast is er een groot verschil ten aanzien van de geologische toestand van Voorne en de Provincie Utrecht, waar wij in Utrecht voornamelijk diluviale gronden vinden, zijn de gronden langs oude en voormalige rivierbedding alluviaal. Het voornoemde resulteert in een geheel andere flora en heden ten dagen in een andere habitat. De vestingen Brielle en Hellevoetsluis waren oorspronkelijk gesitueerd aan een zoutwatermilieu.
Waar voor het ene vestingwerk de wortels van bomen de vestingwallen verstevigen, zal voor de andere vestingwal die geheel uit klei bestaat het omgekeerde het geval zijn. In een vestingwal van klei worden kartetsen beter gesmoord dan in vestingwallen van zand. Bij deze laatste kunnen struiken en bomen goed werk doen ten aanzien van de stevigheid.

Voorts wijs ik op de Hellevoetse situatie waarbij de kazematten daterend uit 1880 met een aardlaag zijn afgedekt. Het ministerie van oorlog had voor de afdekking van de kazematten en het doorlaten van regenwater een bijzonder doortimmerd voorschrift. De aarde dekking bestond wel uit drie tot vier verschillende lagen van leem, klei, zand en een aardlaag waarop niet diepwortelende struiken en bomen werden gepland waarbij het inwendige van de voornoemde ruimten vrij bleven van vochtdoorslag waarbij de tras werd uitgewassen en deformeerde.
De VBV is het er derhalve niet mee eens om alles maar weer vol met bomen te planten waarbij tras en mortel worden opgevreten door het struweel. Wij menen dat in de eerste instantie vanuit gegaan dient te worden de geschutsopstellingen of emplacementen vrij worden gemaakt van bomen en struiken. Dat achter deze opstellingen passende bomen ter maskering van gebouwen en woningen kan komen te staan achten wij niet uitgesloten.
Om het geheel te volmaken vinden wij aan de voet van de wal graag de gebruikelijke knotwilgen met het doel beschoeiingen en schansen te maken, waartussen een meidoornhaag ter voorkoming van onvoorziene landingen de vijand moet hinderen.

Tot slot wil ik vermelding doen van een materiaal welke bij de restauratie van het ‘Werk aan de Korte Uitweg’  een onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, is gebruikt. Het betreft EPDM rubber: een synthetisch rubber, geweldig materiaal om mee te werken. Bestand tegen uv – ozon – grote temperatuurverschillen, weersinvloeden en blijvende flexibiliteit. Het rubber, heeft naast de genoemde eigenschappen het belangrijkste voordeel PH neutraal te zijn. Door deze neutrale zuurgraad zal de tras - specie, die op kalkbasis is geënt niet worden aangetast. Rubberroid daarentegen is bijzonder zuur, de basis daarvan is bitumen.
Het EPDM rubber wordt gemaakt door de firma Hertel te Kampen en het materiaal is verkrijgbaar onder de naam  ‘Hertalan’.



Auteur A.C. Pieké     Hellevoetsluis 2010

Laatst aangepast (maandag, 09 juni 2014 16:18)