Euridice - Levensloop van een schip

                                                            
Na de Vrede van Amiens, verplichtte zich de Bataafsche Republiek zich met de Conventie van Parijs om Frankrijk vlooteenheden te leveren, deze waren gestationeerd te Den helder en Vlissingen.
In samenhang met deze verplichtingen werd het fregat Euridice in 1803 bestemd tot Instituutschip voor Adelborsten. Daarvoor ontvingen de Adelborsten hun opleiding aan de kweekschool te Amsterdam. De opleiding was helaas van korte duur. In juli 1805 werd het Instituutschip verlaten voor het Instituut van de Marine op Feyenoord.

De Euridice die wij zien op de prent van B. Jooss, was het eerste schip dat werd gedokt in het nieuwe droogdok te Hellevoetsluis op 13-09-1806.
Het nog nieuwe fregat was in 1802 te Rotterdam te water gelaten en een jaar later in 1803 gekoperd. Het schip werd later nog tweemaal gekoperd en wel in 1811 en 1823. Het schip had 32 kanons.

In 1815 was de Euridice in Vlissingen gestationeerd waarvan zij 21 november vertrok voor een reis naar de West Indië, Suriname en de Middellandse Zee.
Hersteld in 1821 te Vlissingen maakte het fregat een reis naar Nederlands Oost Indië van 1822 tot 1825.
In 1830 was de Euridice één van de eerste schepen, die de Schelde voor Antwerpen blokkeerde. Samen met de schepen Komeet, Gier en drie kanonnierboten bombardeerden zij op 27-10-1830 de stad Antwerpen.
Van 1842 tot 1847 deed het schip dienst te Vlissingen als logementschip.

De naam Euridice uitgesproken als Euridikee is afkomstig uit de Griekse mythologie.
Euridice was de gemalin van Orpheus, die aan een slangenbeet overleed.
Na haar dood daalde Orpheus af in de onderwereld om haar terug te halen, doch op de terugweg naar de aarde verloor hij haar weer, toen Euridice de belofte brak om niet om te zien. Sindsdien zwierf zij eenzaam rond en werd tenslotte door de Maenaden verscheurd.

Schepen en vaartuigen van oorlog.
1806 Staat der Zeemacht, tijdens de aanvaarding der regering door Koning Lodewijk Napoleon.
- 2 linieschepen, 90 stukken
- 6 linieschepen, 76 stukken
- 12 linieschepen, 68 stukken
- 1 fregat, 40 stukken, in aanbouw
- 11 fregatten van 20 tot 32 stukken
- 86 korvetten, brikken, schoeners, galeien en kanonneerboten

In juli 1810 was het aantal fregatten: 3 van 50 stukken, 1 van 40 stukken en 4 fregatten van 32 stukken, waaronder de ‘Euridice’.




(achtersteven Euridice)

1803, De uitrusting van een cadet op de Euridice (Adelborst)
- 1 hangmat met bultzak
- 1 kussen veren of paardenhaar
- 2 dekens
- 1 blauw geverfde kist
- 1 monteringsrok (jas met onderscheidingstekens)
- 1 broek
- 1 vest
- 1 driekanten hoed voor de cadet 1e klas
- 2 ronde hoeden, 1 met gouden lis en ankerknoop doch beiden met een zwarte cocardetje tegen den bol, van paardenhaar of gewast linnen
- 1 zwart panasje (pluimbosje) 5 duim hoog, op de wacht te dragen
- 2 petjes
- 2 bonten hemden voor op zee
- 6 witte hemden
- 2 lange nankings lange wijde witte broeken
- 2 blauwe lakensche ronde jekjes met ankerknopen, waarvan 1 gekleed en de ander iets grover.
- 2 blauwe wijde en met gesloten pantalons, 1 gekleed en 1 gewoon
- 1 coat of lang blauw baaitje, op alle naden verdubbeld en met een kap van achteren, het baaitje hangt in lengte tot over de knieën en niet meer
- 3 paar schoenen met riemen en 1 paar met dubbele zolen voor nat weder
- 1 paar halve laarsen met dubbele zolen
- 1 paar zwart lakensche slobkousen met gele knopen
- 12 paar kousen, 6 paar wit garen, 4 paar katoenen en 2 paar wollen
- 12 doeken, 3 zwarte zijden hals, 3 bonte en 6 zakdoeken
- 2 witte of bonte handdoeken
- 2 sterke tinnen lepels
- 2 stalen vorken
- 1 mes
- 6 witte theekommetjes
- 12 pond spaansche zeep
- 1 journaalboek, 2 folioboeken, gebonden in schapenleer, 4 kwarto’s dito, 1 lei, 1 pleinschaal, 1 pennemes en schrijf en tekenbenodigdheden, doch geen    horloge, gespen of ander zilver of goud hoegenaamd, gelijk mede geen hele laarsen, schanslopers, tassen, bonte mutsen of dergelijke.


(Euridice in Dok Hellevoetsluis 27 oktober 1806)

Groote montering voor een Matroos
- Blauw lakensch of karsaaien baaidje met blauwe kraag, ter breedte van 3 duim; geelkoperen anker knopen met stiften.
- Rood gilet van laken of karsaai, de kleppen over elkander tot aan den hals toegeknoopt; de knoopen als voren doch iets kleiner.
- Blauwe wijde lange broek tot over de enkels; des zomers een witten linnen lange broek.
- Paar witte garen kousen.
- Wit hemd.
- Zwarte zijden doek.
- Ronde muts met hoge bol en een smalle rand van 1 ½ duim breed.
- Paar vet lederen schoenen met riemen.

27 oktober 1806, Dagelijksche kleding en uitrusting voor een Matroos
- Hangmat, bultzak, 2 kussens en deken.
- Grijs wollen baaidje, tot over de heupen, met zwarte knoopen, met overslag tot den hals toegeknoopt; bestemd voor de Oost en West – Indië, in plaats van het wollen, 2 linnen zeildoeksche baaidjes en kooien van zeildoek of stevig linnen.
- Wijde lange broek tot over de enkels.
- 3 bonten hemden van gestreept linnen.
- Zeildoeksch linnen wijde lange broek. Dito baaidje.
- 2 gestreepte bonte onderbroeken.
- 2 paar schoenen met riemen.
- Lederen muts van vetleder.
- 2 bonte halsdoeken.
- Naaizakje met toebehoren.
- Lederen ransel van vetleder, met band om over den schouder gedragen te worden.
- Platte borstel.

18 maart 1807, Matrozen groote montering.
Blauw lakensche of karsaaien baaidje met lichtblauwe kraag, geboord met een galon van geel kemelshaar en alle naden ingenaaid met een geel biesje, goed zichtbaar; wijders gele koperen knoopen met stiften en een gekroond anker.
- Rood gilet van laken of karsaai, geel gebiesd en gelijke knoopen, doch iets kleiner.
- Blauw lakensche of karsaaien lange broek, geel gebiesd
- Wit lange broek, lichtblauw gebiesd
- Ronde muts met hoge bol en smalle rand

Dagelijkse kleding, blauw lakensche of karsaaien baaidje met lichtblauwe kraag, geel gebiesd, de knoopen als boven.
Met destinatie naar Oost – of West – Indië: 1 of meer zeildoeksche of linnen baaidjes, lichtblauw gebiesd in alle naden. Zeildoeksch linnen lange broek.


1813-1840, Eerste uitrusting voor Matrozen met suppletie voor het 1e jaar van kledingstukken en kooigoederen.
- 1 blauw karsaaien peijekker
- 1 laken montering baaitje
- 1 blauw laken montering broek
- 1 blauw laken baaitje
- 1 blauw laken broek
- 2 everdoeksche broeken
- 1 wit linnen baaitje
- 2 wit linnen broeken
- 2 linnen boeseroenen
- 3 wit linnen hemden met blauw katoen uitgemonsterd
- 1 rood baaie hemd of 1 gebreide hemdrok
- 2 lange linnen onderbroeken
- 2 paar wollen sokken
- 1 paar garen sokken (15 julie 1839 vervangen door katoenen sokken
- 2 paar zwart zijden doeken
- 3 paar schoenen
- 1 vilten verlakte hoed
- 1 wollen muts
- 1 naaizakje
- 1 zeildoeksche ransel
- 1 linnen rokzakje
- 2 hangmatten van wit karldoek
- 1 paardenharen matras met kussen
- 1 wollen deken


Bronnen:
Kroniek der Zeemacht, Instituut voor Maritieme Historie, Amsterdam 2003.
Bijdrage van de Sectie Militaire Geschiedenis, Den Haag 1900.
Schepen der Koninklijke Marine en Gouvernements Marine 1814-1962, Amsterdam augustus 1962 A. J. Vermeulen.
Het Admiralenboek Luc Eekhout, Amsterdam 1992.



ANTWERPEN 1830
Euridice: van 1803-1805 in dienst als instructieschip.
Eind 1805 wordt de bestaande Adelborstenopleiding aan boord van het schip opgeheven.
Het schip was per ‘Geheim Decreet’ gevorderd en aangewezen voor troepen vervoer naar Engeland.
Het gevolg was dat de opleiding verhuisde naar het eilandje ‘Fijenoord’.

21 november 1815 van Vlissingen naar West-Indië
15 januari 1816 in Suriname (kapitein ter zee Guinoseau, ziek)
1 mei 1816 terug in Vlissingen, via West-Indië en de Middellandse Zee
1821 in Vlissingen voor herstel werkzaamheden
1822-1825 naar Oost-Indië en retour
1830 aanwezig bij het onderdrukken van de opstand in Antwerpen d.m.v. het bombardement op 27 october 1830
1 september 1842 logementschip te Vlissingen
1847 voor sloop verkocht te Vlissingen, opbrengst Fl. 21.100. –

Op 27 october 1830 was van Speijk bij het bombardement betrokken. In het eskader waren aanwezig:
2 fregatten, Euridice en waarschijnlijk de ‘Sumatra’ ex ‘Java’.
(‘Java’ herdoopt op 20 maart 1828 in Sumatra, gebouwd te Rotterdam 1816 te water gelaten 23 augustus 1820, 44 stukken werd in 1830 naar Antwerpen gedirigeerd, waar het schip stootte en zonk).
2 korvetten, ‘Komeet’ op stapel 1817 te Rotterdam en op 28 november 1818 te water. 28 stukken. In 1830 te Antwerpen.
Het bombardeerkorvet ‘Prosperina’ op stapel 1818 te Rotterdam, te water october 1821. 24 stukken. In 1830 naar Antwerpen, in 1835 afgevoerd.

Augustus1805, voorafgaande aan het verdrag van ‘Presbourg’ breekt Admiraal Villeneuve door de blokkade van de Engelse te Brest en vertrekt tot grote woede van Napoleon naar Cadix.
Dit zou de rede kunnen zijn dat Napoleon op 13 augustus 1805, op de landdag het complete plan voor een campagne tegen Oostenrijk (kwestie Venetië) en later Rusland op tafel zou leggen waarmee de landing in Engeland verviel. De Franse vloot was nu opgedeeld en een hernieuwde concentratie was onmogelijk door de dominante aanwezigheid van de Engelse vloot. Dit monde later uit in de slag bij Trafalgar.

Het schip ‘Irene’ heeft wel bestaan in de Nederlandse vloot, het is te water gelaten te Engeland in het jaar 1811.




Jhr. Jan Eduard Lewe van Aduard.
Geb. 7-09-1774, te Groningen, sterft te Antwerpen 12-12-1832.
In Britse krijgsgevangenschap 1804–1806, in Franse dienst 1810-1813, cdt. van de 2e divisie van de 1e afdeling der Linie van Defensie te Water op de Schelde 1830-1832, sneuvelt tijdens de Belgische Opstand aan boord bij Antwerpen wanneer een bomscherf hem aan het hoofd treft.
De Schout–bij-Nacht Lewen Aduard sneuveld tijdens het bombardement van de Kruisschans, benoorden de Citadel van Antwerpen aan boord van Zr. Ms. ‘Euridice’, door een bomscherf die hem aan het hoofd trof.
In zijn betrekking wordt hij opgevolgd door de Kapitein ter zee E. Lucas. Lewen van Aduard had voor de omwenteling van 1795 als marine officier gediend bij de Admiraliteit van Amsterdam. Na het vertrek van de Fransen ging de jonkheer over in dienst van de Koninklijke Marine.
Lewe van Aduard was de eerste vlagofficier die in het Koninkrijk der Nederlanden sneuvelde.

In het Marinemuseum Den Helder is een ingekleurde pentekening van W. Engelberts 1835, van het monument ter nagedachtenis aan de schout–bij–nacht.

Auteur: J.C.H. Jansen
Hellevoetsluis mei 2005
redactie en bewerking illustraties: A.C. Pieké

                                     -----------------------------------------------------------------------------                                         

                                                               Kroniek van het fregat Euridice
                                                                      Door Frank Herzen      

                                                            
                                                            Euridice op de Reede van Hellevoetsluis

Euridice, de levensloop van het fregat
Voorwoord
Dit onderzoek betekent niet meer dan een wat bredere kennismaking met het fregat van oorlog, de EURIDICE (32), dat het eerste schip was dat in het Droogdok Jan Blanken te Hellevoetsluis werd gedokt. Zelf werd ik op dit fregat geattendeerd toen ik als amateur-historicus in de eerste jaren op het Droogdok te Hellevoetsluis mocht verkeren. Het liet mijn belangstelling niet meer los. Immers, alleen genoegen nemen met een naam is als rondlopen op een kerkhof, de namen lezen, maar niet weten van de hoed en de rand. Dat deden zeker niet de heer J.C.H. Jansen en  mevrouw G.N.A. Punt, die mij zeer van dienst waren bij het verzamelen van gegevens. Ook de heer Ab J. Hoving, tijdelijk werkzaam in het Scheepvaartmuseum te Amsterdam, overigens in de marinemodellenkamer van het Rijksmuseum, ben ik buitengewoon dankbaar voor zijn hulp. Medewerking kreeg ik ook van de dames J. Renting en G.A. Schot en de heer K. van Putten, Maritiem Museum Rotterdam; de heer drs L.M.A. Homburg van het Marinemuseum te Den Helder, de heer Hans Wijn, directeur van het Baggermuseum te Sliedrecht en de heer A. Oortwijk, Scheepvaartmuseum te Amsterdam. En niet te vergeten van de heer W. Polak te Amsterdam, die verantwoordelijk was voor de fotoserie van het instructiemodel van de Euridice.

Frank Herzen


INLEIDING

Op 1 november 1801 werd te Rotterdam de kiel gelegd van het fregat EURIDICE. Het werd gebouwd door P. Glavimans Jz., naar een ontwerp van P. Glavimans. Het ontwerp bleek een succes te zijn, waarnaar nog een reeks andere fregatten werden gebouwd.
De Euridice was een schip van 145 A’damse voet lang tussen de loodlijnen (145 x 40 x 15 x 18) en had 32 stukken als bewapening. Het werd in 21 april 1802 te water gelaten. Op 23 maart 1803 in dienst gesteld en gekoperd in 1803, 1811 en 1823 .De Euridice was het eerste schip dat in het droge dok te Hellevoetsluis werd gedokt. Dat gebeurde op 13 september 1806.

Van 1803-1805 deed het dienst als instructieschip voor adelborsten te Hellevoetsluis onder de naam ‘Kadetten Instituut voor de Marine van de Bataafse Republiek’. In 1809 gaf Lodewijk Napoleon aan de opleiding, toen verplaatst naar Enkhuizen, de naam Koninklijk Instituut der Marine.
De opleiding te Hellevoetsluis kwam tot stand op 19 april 1803 en vond plaats onder kapitein-ter-zee 2e klasse C. J. Wolterbeek, met 60 adelborsten.

In 1805 vertrok de opleiding naar het voormalig hospitaal voor lijders aan besmettelijke ziekten (het pesthuis) in Feyenoord, onder leiding van professor J.F.L. Schröder. Hij werd directeur der studiën, geholpen door 8 leraren en 10 assistenten. 99 bevaren matrozen wijdden de jongelui in in het scheepswerk.
De reden dat de opleiding naar Feyenoord vertrok was gelegen in het feit dat door de blokkade van Napoleon op Engeland instructiereizen niet gedaan konden worden. De opleiding was in Feyenoord tot 1809, waarna men naar Enkhuizen vertrok.
Bij de inlijving bij Frankrijk ging het Instituut teniet, net als de kweekschool in Amsterdam. De leerlingen werd geplaatst op de Franse vloot.

Het schip nam o.a. deel aan en was getuige van een van de meest markante gebeurtenissen in de vaderlandse geschiedenis: de afscheiding van de zuidelijke provincies van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en tot oprichting van de Belgische staat.


Kiel gelegd bij de Landswerf te Rotterdam.
21-04-1802 Te water gelaten.
23-03-1803 In dienst gesteld na te zijn gekoperd.

Cdt Wolterbeek C.J. (23-03-1803 tot 16.08.1805)
23.03.1803 Aangewezen als wachtschip te Hellevoetsluis
16.08.1805  Wachtschip te Hellevoetsluis opgeheven.
19,04.1803  Opleidings-instituut Kadetten voor de Marine van de Bataafse Republiek. 
Het was de eerste adelborstenopleiding van de marine.
16.08.1805 Opleiding naar Rotterdam (Feyenoord).
01.09.1805 Rede van Hellevoetsluis.
Euridice onderdeel van deSecreete Expeditie, onder opperbevel van de Franse Generaal Desait.

Cdt Buyskens A.A. (22.07.1806 tot 03.10.1806
22.07.1806  In het eskader van ktz2 C.J. Wolterbeek op de Maas te Hellevoetsluis.
01.08.1806  Ktz A.A. Buyskens neemt de officieren de eed aan koning Lodewijk Napoleon af.
13.09.1806  In het droogdok te Hellevoetsluis.

Cdt Carpentier J. (03.10.1806 tot 26.04.1809)
03.10.1806 In het eskader van SBN W.O. Bloys van Treslong.
29.09.1807  In het eskader van ktz1 H.A. Ruysch (wnd).
03.10.1808  Vertrek van Hellevoetsluis.
23.03.1808  Het schip is te Rotterdam.
03.04.1808  Vertrek van Rotterdam.
01.05.1808  In het auxiliair eskader te Vlissingen van sbn N.Lemmers (vlag off.)
21.06.1808  Vertrek van Vlissingen.
08.08.1808  Aankomst te Vlissingen.
07.04.1809  In het auxiliair eskader van  kol/tz J.M. Polders.
04.05.1809  Vertrek van Vlissingen naar Hellevoetsluis.
27.10.1809  Opgelegd te Rotterdam voor reparatie.

Cdt (?)                       (05.05.1810 tot 29.04.1811)
05.05.1810  In het eskader op de Maas  te Hellevoetsluis van sbn N.A. Ruysch.
26.05.1810  In het eskader van adm. J.W. de Winter.
01.07.1810  In het eskader van sbn H.A. Ruysch.

Cdt Blommendal N.P.  (29.04.1811 tot 30.05.1811)
Cdt Blommendal N.P.  (27.07.1811 tot 08.10.1811)
1811           De Euridicee wordt opnieuw gekoperd.
27.07.1811  In het auxiliair eskader te Vlissingen van sbn H.A. Ruysch.


Cdt Hart W.A. van der (08/10.1811 tot 01.06.1812)
Cdt Blommendal N.P.   (01.06.1812 tot 01.08.1812)
01.08.1812 Kazerneschip te Vlissingen
10.12.1812 Schip overwintert te Antwerpen
01.01,1813 EURIDICE wordt te Vlissingen ontwapend.
01.12.1813 Bij het Verdrag van Parijs wordt het schip aan Nederland toegewezen.
30.05.1814
24.07.1814
03.03.1815  Wachtschip te Hellevoetsluis.

Cdt Dibbetz H.M. Sr.       (24.07.1814 tot 06.08.1814)
Cdt  (?)                           (06.08.1814 tot 05.10.1814)
Cdt Guinoseau H.Z.A.      (05.10.1814 tot 05.04.1816)†
26.07.1815  In het eskader op de Schelde te Vlissingen, v. adm. A. van Braam.
04.11.1815  In het eskader van adm. A, van Braam, bestemd voor Suriname.
21.11.1815  Vertrek van Vlissingen met troepen. Aan boord is de gouverneur voor Suriname, Van Panhuys.
15.01.1816 Aankomst op de Suriname-rivier.
16.01.1816 Aankomst te Paramaribo. Gouverneur Van Panhuys en de troepen worden ontscheept.
26.02.1816 Suriname wordt van de Engelsen overgenomen.
01.03.1816 Vertrek van Paramaribo.
03.04.1816  Aankomst te Barbados en vertrek van Barbados.
05.04.1816  Overleden: Guinoseau, H.Z.A., ktz, commandant.

Cdt.                                  (05.04.1816 tot 17.05.1816)
07.04.1816 De vlag van adm. A. van Braam gaat van de ‘Van der‘Werff’ over op de EURIDICE.
Het eerste schip was lekgeslagen.
04.1816      Aankomst te Portmouth.
04.1816      Vertrek van Portmouth.
01.05.1816  Aankomst te Vlissingen.

Cdt Sande, F.W.C. van der (17.05.1816 tot 20.03.1817)
16.10.1816 Vertrek van Vlissingen naar de Middellandse Zee.
09.11.1816 Aankomst te Gibraltar. In het eskader van jhr Th.F. van Capellen.
11.11.1816 Vertrek van Gibraltar.
14.11.1816 Aankomst te Cadiz.
1817 Vertrek van Cadiz.
1817 Aankomst te Gibraltar
1818


Cdt Lucas E. jr  (30.03.1817 tot 20.07.1817)
28.03.1817 Vertrek van Gibraltar voor het opnemen van de stand van zaken in Algiers en Tunis.
22.05.1817 Aankomst te Gibraltar.
04.06.1817 In het eskader van adm jr A, van Braam.
05.06.1817 Vertrek van Gibraltar. Aankomst te Vlissingen.

Cdt Polders J.M. (04.08.1817 tot 20.06.1819)
17.08.1817 Vertrek van Vlissingen naar West-Indië.
11.11.1817 Aankomst te Willemstad.
04..... 1819   Stationsschip te Curaçao. Er zijn veel zieken.
27.05.1818  Overleden: Liotard D.R., adelborst 2e klasse
29.05.1818  Overleden: Goudoever N.C. van., Adelborst 1e klasse
29.08.1818  Overleden: Pompe van Meerdervoort C.G., ltz2, jhr
15.03.1819  Overleden: Goteling Vinnes J.R., ltz1
04.04.1819  Vertrek van Willemstad.
01.06.1819  Aankomst te Vlissingen.
14.03.1820
10.12.1821  Schip op de helling te Vlissingen voor een grote reparatie.

Cdt Wardenburg J.F.Ch. (01.06.1822 tot 20/06.1826)
22.09.1822 Vertrek van Vlissingen naar Nederlandsch-Indië. Aan boord is ktz jhr J.J. Melvill van Carnbee, benoemd bevelhebber der zeemacht in Nederlandsch-Indië. De reis gaat via Porto Santo, St. Salvador en Kaap de Goede Hoop.
28.03.1823 Aankomst te Batavia, In het auxiliair eskader van sbn J.D. Musquetier.
01.04.1823 In het eskader van sbn jhr J.J. Mellvill van Carnbee (vlag). De EURIDICE doet kruisingsdienst op de noordkust van Java.
1823   De EURIDICE wordt voor de derde maal gekoperd.
07......1823   Vertrek van Batavia naar Malakka en Riouw.
11.... .1823 Aankomst te Batavia.
17.02.1824 Van van Batavia naar zuidwest-Celebes. Aan boord ide gouverneur-generaal G.A.G. baron v.d. Capellen.

02......1824 Aankomst te Makassar.07.....1824 Vertrek van Makassar.
08.....1824   Het schip neemt deel aan de 1e Boni-expeditie. Java-oorlog.
17.07.1824   Landing van troepen in het rijk Tanette.
18.07.1824   Vertrek van Tanette.
07......1824  Aankomst te Makassar.
08......1824  Vertrek van Makassar.
14.08.1824   Aankomst in het rijkje Soepa.
19.08.1824   Overleden: Ablaing van Giesenburg G. ‘d, buitengewoon ltz2, (baron); gesneuveld.
28.08.1824 Landing te Soepa.
09......1824 Vertrek van Soepa. Aankomst te Makassar.
Vertrek van Makassar.

Aankomst te Batavia. Vertrek van Batavia.
1824......... Aankomst te Makassar.
28.02.1825 Van Makassar met troepen naar Boni, in de divisie van ktz P. Pietersen, commandant van de Javaan.
01.03.1825
04.05.1825  Het schip neemt deel aan de 2e Boni-expeditie.
03.03.1825  De troepen debarkeren.
09.03.1825  Vertrek van Bonthain.
11.03.1825  Aankomst te Badjoa. De vorstin van Boni vlucht. De hoofdplaats Watampone wordt bezet.
15.04.1825 Vertrek van de Golf van Boni. De Java-oorlog kostte 15.000 man waaronder 8000 Europeanen.
04.....1825 Aankomst te Makassar
04.05.1825 Vertrek van Makassar. Het schip verlaat de divisie.
05.....1825 Aankomst te Soerabaja.
14.08.1825 Overleden: Pelt W. van, 1e lt. Mariniers; commandant detachement en gewond tijdens expeditie.
09.09.1825 Overleden: Hooft F.J.A. ‘t. lt. Mariniers; (gewond bij de expeditie)
26.12.1825 Vertrek van Soerabaja.
25.02.1826 Overleden: Foreest N. van, ltz2
10.07.1826 Aankomst te Vlissingen.
01.09.1826
20.03.1828  Wachtschip te Vlissingen.

Cdt Lucas E. Jr.                      (01.09.1826 tot 04.12.1826)
Cdt Monye A. de, wnd           (06.12.1826 tot 16.08.1827)
Cdt Courier dit Dubekart F.G. (16.08.1827 tot 01.11.1827)
Cdt Willinck I.P.M.                  (01.11.1827 tot 16.08.1828)
20.03.1828
01.05.1829  Wachtschip te Hellevoetsluis.

Cdt                                                   (16.08.1818 tot 01.05.1829)
Cdr Lewe van Aduard J.E.                 (01.03.1830 tot 12.12.1832)†
04.1830       Vertrek van Vlissingen naar de Middellandse Zee.
01.06.1830  Aankomst te Smyrna. In divisie oost in de Middellandse Zee van ktz J.E. Lewe van Aduard (vlag).
01.08.1830 Vertrek naar Nederland. Uit de divisie.
15.08.1830 Aankomst te Vlissingen.
10.09.1830 Vertrek van Vlissingen.
01.10.1830  In het eskader op de Schelde voor Antwerpen van ktz/sbn  J.E. Lewe van Aduard (vlag).
27.10.1830  Opstand in Antwerpen van Belgische troepen en muiters. Bombardement van Antwerpen.
01.11.1830 In de 2e divisie der 1e maritieme linie van defensie te water (van het Sloe tot fort Bath).
12.....1830 Vertrek van Antwerpen tot de forten Bath en Lillo.
20.12.1830 Wapenstilstand.
01,04.1831  Geeft dekking aan de bezetting van het fort St. Marie, samen met de DOLFIJN.
24.12.1831 Vertrek van Antwerpen naar Vlissingen.
11..... 1832 Vertrek van Vlissingen naar Antwerpen.
29.11.1832 Beleg van de Citadel van Antwerpen.
05.12.1832 Aanwezig tussen fort Frederik Hendrik en Ouden Doel.
11.12.1832 Naar de Kruisschans te Antwerpen.
12.12.1832 Overleden: Jonkheer J.E. Lewe van Aduard, sbn, gesneuveld bij een gevecht met een Franse batterij.

Cdt 1e officier wnd.  (12.12.1832 tot 16.12.1832)
12.12.1832 In het eskader van  ktz E. Lucas Jr, (vlag) bij de forten Lillo en Liefkenshoek.
24.12.1832 Overgave van de Citadel van Antwerpen aan het Franse leger. Vertrek van Antwerpen naar Vlissingen.

Cdt Courier dit  DubekartF.G.           (01.11.1833 tot 01.04.1836)
01.04.1835
01.09.1842  Wachtschip te Vlissingen.

Cdt Velde H. van der                        (01.04.1836 tot 01.04.1841)
16.04.1837 Overleden: Velsberg W. adelborst 1e klasse.

Cdt Koops N.L.                                 (01.04.1841 tot 01.09.1842)uit
19.10.1841 Overleden: Cars Czn D,, ltz1
01.09.1842 Afgevoerd van de sterkte.
01.09.1842
1847          Logementschip te Vlissingen.

1847 Verkocht voor sloop te Vlissingen voor f 21.100,--



-het sneuvelen van Lewe van Aduard 12 december 1832-

auteur: Frank Herzen
bewerking: illustraties A.C.Pieké

Laatst aangepast (vrijdag, 28 oktober 2016 17:04)